Print

Home > Contact > Veel gestelde vrage… > Bereikbaarheid

Bereikbaarheid

 
Stand van zaken Randstadspoor

In samenwerking met Provincie, BRU, Amersfoort en Houten werkt de gemeente Utrecht samen met Prorail en NS aan een regionaal treinnetwerk: Randstadspoor. Dit komt tegemoet aan de stijgende vraag naar snel openbaar vervoer door onder meer de bouw van Vinex-wijken en de groei van de werkgelegenheid. Meer informatie vindt u op www.randstadspoor.nl, of op de website van ProRail.

Zijn de loopafstanden in het nieuwe ontwerp van de OV-terminal niet veel te groot?
In het Infocentrum is de studie en een maquette van Benthem Crouwel te zien van de toekomstige OV-terminal. Hierin staan diverse varianten met de overstapmogelijkheden en afstanden. Het station krijgt twee stationspleinen; één aan de stadskant op de plek waar nu de streekbussen stoppen en één aan het Jaarbeursplein. De plek waar je moet zijn bepaalt de plek waar je opstapt: voor de westkant van de stad/regio aan Stationsplein west, voor de oostkant van de stad/regio aan Stationsplein oost. Het busstations worden een zgn. 'dynamische' busstations, zoals in Den Bosch, waar de passagiers via borden verwezen worden naar het juiste perron. Hierdoor is er minder ruimte nodig dan in de huidige situatie.

Wordt er rekening gehouden met de overgangen naar omliggende wijken (bouw- en verkeerstechnisch)?
Uitgangspunt bij de uitwerking van het plan was dat er geen al te grote contrasten zouden zijn tussen het Stationsgebied en de omliggende wijken. Bij de ontwikkeling van het plan is hier duidelijk rekening mee gehouden. Zo komt de hoogste bebouwing aan de westkant van het station en wordt de bebouwing steeds lager naarmate we dichter bij de omliggende wijken komen, zoals de binnenstad en Lombok.
Eén van de kerngedachten achter het plan is ‘verbinden’, ook met omliggende wijken. Concreet wordt dit bijvoorbeeld gerealiseerd door het Westplein gedeeltelijk te ondertunnelen zodat Lombok weer een betere aansluiting krijgt met de binnenstad. Ook de doorgetrokken Leidsche Rijn en Catharijnesingel krijgen een verbindende functie van de omliggende wijken naar het Stationsgebied en de binnenstad.

Op de toename van verkeer in het Stationsgebied en de omliggende wijken wordt geanticipeerd. Zo komen er bijvoorbeeld zo'n 2.500 openbare autoparkeerplaatsen bij. Ook wordt er rekening gehouden met bepaalde routes die straks als nieuwe ontsluiting vanaf de snelweg richting het Stationsgebied moeten gaan dienen, zoals de verbrede Van Zijstweg als ontsluiting voor het Jaarbeursterrein.

Bij de herontwikkeling van het Stationsgebied richten we ons voornamelijk op het verbeteren van de situatie voor voetgangers en fietsers, of te wel langzaam verkeer, en openbaar vervoer. Voor het autoverkeer rond het centrum geldt dat de nieuwe situatie geen verslechtering is van de huidige situatie.

Hoe worden de bewoners van de omliggende wijken geïnformeerd over de verkeersingrepen die zullen gaan plaatsvinden?
Tijdens het bouwen in het Stationsgebied worden alle Utrechters - in het bijzonder de omwonenden - via kranten, nieuwsbrieven, infoavonden, e-mail, twitter en het Infocentrum tijdig op de hoogte gesteld van geplande werkzaamheden en omleidingen. Ook op deze website kun je steeds actuele informatie vinden.

In hoeverre is bereikbaarheid een belangrijk punt en ligt de verbinding tussen oost en west vast?
De spoorbundel die door Utrecht loopt vormt een fysieke barrière tussen de oost- en westkant van de stad. De spoorbundel blijft weliswaar ook in de toekomst een barrière, de verbindingen tussen oost en west worden wel verbeterd. Zo komt er een aparte route langs de OV-terminal over de sporen heen, voor reizigers die niet via de centrale hal willen lopen. Ook komt er vanaf de Croeselaan een fiets- en voetgangersbrug over de sporen die uitkomt in de buurt van de Mariaplaats. De bestaande verkeerstunnels (Van Sijpesteijn, Leidseveer en Daalse) worden gerenoveerd.

Hoe zit het met parkeergelegenheid in het nieuwe Stationsgebied?
Hoog Catharijne en de Jaarbeurs trekken bezoekers die zowel met de trein als met de auto komen. Het aantal parkeerplaatsen wordt uitgebreid met zo'n 2500 plaatsen. Alle bedrijfsgebouwen moeten verplicht hun parkeerplaatsen op eigen terrein bouwen (met een maximum van ongeveer 1 parkeerplaats per 8-10 medewerkers). Naast deze uitbreiding zullen de bestaande parkeerfaciliteiten intensiever gebruikt moeten gaan worden, bijvoorbeeld door betere verwijssystemen. Overigens is de parkeergelegenheid niet het grootste probleem, maar de in- en uitstroom van het verkeer naar de parkeergarages toe.

CONT/V/vredenburg noord 2009